Blog #35 Weltrusten

Ik slaap al een hele tijd slecht. En dat begint aardig op te breken, zowel fysiek als mentaal. Inmiddels heb ik al vanalles uit de kast getrokken: warme melk, melatonine, medicijnen halveren, ontspanningsoefeningen, relaxing muziekje, verzin het maar, done it. Maar aangezien ik het inmiddels wel uitputting kan noemen, is het tijd voor professionele hulp. De huisarts is daarvoor de aangewezen persoon. Je weet wel, die man die in oktober 2018 zei “gaat wel weer over die vermoeidheid” en twee weken later belde “o sorry ik zat er wel heel erg naast hè, nu met de diagnose MS”. De man van wie ik 15 maanden die erop volgden, niks meer gehoord heb.
Waarom ik het deed weet ik niet. Ik denk een soort van “eenvoudige hulpvraag, daar ga ik het ziekenhuis niet voor lastig vallen”. Dokter, kan ik niet een paar slaaptabletten krijgen om die spiraal van slaapstoornis te doorbreken, ik ben kapot. Ik wil gewoon een paar nachten goed doorslapen.

Nee, dat durfde hij niet aan. “MS is een spierziekte (Huh? Hoor ik nu de klassieke misser?) en met slaaptabletten worden je spieren alleen maar slapper en dan ga je vallen, dat vind je MS niet leuk. Bovendien, als ik het hier in de computer zou invoeren krijg ik vast allemaal rode vlaggetjes. Leg het maar voor aan je neuroloog.”

Ik sputter niet tegen, dat is de energie niet waard, ik ben het stadium ‘kort lontje’ al voorbij, zó moe ben ik. Natuurlijk raken mijn spieren dan meer ontspannen, dat is juist de bedoeling maar ik LIG DAN IN BED. IK WIL SLAPEN! De man voldoet aan mijn verwachting, dus inderdaad, waarom ik hem belde weet ik niet. Ik heb een superteam in het ziekenhuis, de groeten en fijn weekend.

Goedemiddag poli Neurologie. Dit is mijn vraag en dit is wat de huisarts zegt.
De allervriendelijkste dame aan de lijn gaat de neuroloog opsnorren (spreekuur, spoeddienst etc.) en ze gaat me terugbellen. Dat doet ze ook. En vertelt me dat de neuroloog, die ergens bij de spoedeisende hulp het vuur uit zijn sloffen rent, zei dat de huisarts dat prima had kunnen afhandelen, maar zodra hij even tijd heeft zal hij een receptje voor me uitschrijven, dat automatisch naar de apotheek wordt gevlogen middels een, jawel, ze bestaan nog, faxmachine.
Ik heb geen huisarts nodig. Ik heb een superteam in het ziekenhuis.  

Een dag later bel ik de apotheek. “Goedemiddag met de stagiaire”. Onee toch, ik voel de bui al hangen. Ik heb niks tegen stagiaires, ik ben er zelf vroeger ook eentje geweest (en een goeie hè Frans ;0) , maar soms voel je iets aankomen. Al helemaal als de stagiaire de telefoon opneemt “met de stagiaire” en niet eens haar naam wil verklappen. Maargoed, achteraf gezien heeft ze daar een punt.

Op de achtergrond hoor ik haar typerdetyperdetyp in de computer rammelen. Nee, ze heeft geen recept voor mij. Ligt het ook niet op de fax? Nee, ook niet. Wat nu? Belt u maar naar het ziekenhuis.

Goedemiddag poli Neurologie, wat is er gisteren met mijn recept gebeurd?
De vriendelijke stem zegt “O ik herken uw naam, u heeft vorige keer ook met mij gesproken (heerlijk, ik ben géen nummer!), en de dokter heeft het recept uitgeschreven en dat hebben we gefaxed naar de apotheek, toch collega?” Op de achtergrond hoor ik haar collega hardop denken en bevestigen. De vriendelijke stem verifieert voor de zekerheid dat het de juiste apotheek is en controleert typerdetyperdetyp in het computersysteem of de fax het wel juist heeft gedaan (huh? okay, slimme fax). Alles klopt. Waterdicht systeem. Er zit niks anders op dan maar weer de apotheek te bellen.

Stiekem hoop ik dat de stagiaire op het toilet zit als ik weer bel.
“Goedemiddag met de stagiaire”. Ach nee toch.
Het ziekenhuis zegt dat ze zeker weet dat jullie het recept moeten hebben. Ze zwijgt. Het toetsenbord niet. Zonder enig spoor van verbazing of schaamte zegt ze “Ow, ik zie het, uw recept staat in een ander tabblad……….”.

Really?? Ik steek mijn beide handen in de lucht. Maar dat ziet zij natuurlijk niet.
Ik vermoed dat ik hier te maken heb met een kwetsbare breekbare stagiaire, ik voel ineens compassie met haar. Met fluwelen handschoentjes opper ik “Dat is dan een leermomentje voor je”. Maar het deert haar niet. Niet dat ik al een half uur heen en weer aan het bellen ben, dat ze kostbare tijd van een poli heeft verspild en het werkboek “empathisch omgaan met klanten” komt waarschijnlijk volgend jaar pas aan de orde.
“Ik zal de medicijnen voor u klaar maken”, zegt ze. Ik ben inmiddels te moe om er direct heen te gaan, dus ik gun mezelf nog een slapeloze nacht.

Goedemiddag, ik kom mijn medicijnen ophalen.
“Alstublieft, dat is dan 14 euro.”
Huh?
“Ja, dat zit al een tijdje niet meer in het basispakket. Had de stagiaire dat niet vermeld dat er kosten aan verbonden zijn?”

Ik zwijg. Ik kan niet meer. Ik heb geen puf. Ik wil slapen. Ziek zijn is hard werken.
Volgende week mag ik op controle in het ziekenhuis. Ik kijk er bijna naar uit, ik heb er een superteam. En dan heb ik inmiddels voor 14 euro beter geslapen.
Welterusten huisarts en stagiairezondernaam.