Blog #34 Drempels nemen

Mijn voordeurdrempel ligt aardig hoog ten opzichte van het trottoir buiten. Daar kun je met een rolstoel niet overheen. Dat betekent dat ik zelf klungelig de stoel eroverheen moet stuiteren, en dan buiten de Smoov erachter hangen, deur dicht doen en dan pas in de stoel gaan zitten. Daar is een mooie oplossing voor: een bouwpakket bestaande uit allerlei maten kunststof plaatjes die je aan elkaar klikt alsof het Lego is, waardoor een oprijplaat op maat ontstaat. Dat noemen ze een drempelhulp. Zowel buiten, als binnen, heb ik zo’n opritje nodig om op een normale en vooral veilige manier in de rolstoel naar buiten te kunnen. De gemeente vond dat ook, en gaf opdracht aan de leverancier.

Ding dong. Daar is de niet nader te noemen leverancier die in opdracht voor de oplossing komt. Hij komt meten. De monteur brabbelt wat, vouwt zijn rolmaat in allerlei standjes, en heeft het wel gezien. Ik geef aan hoe het zou moeten worden, wat ik verwacht, en hij lijkt het te begrijpen maar met mijn technische achtergrond heb ik grote twijfels of dit wel goed gaat komen. Maar goed, hij lijkt met ervaring te weten waar hij over praat, hij krijgt mijn voordeel van de twijfel. “Deze tegels moeten dan wel weg”, zegt hij. Dat klopt, goed gezien, anders krijg je het niet mooi passend. Het zijn een aantal vierkante rode tegeltjes van 15×15 cm die gewoon los bovenop op trottoirtegels liggen. Geen probleem. Daar vind ik nog wel een nieuwe bestemming voor.

Twee weken later, dingdong.
Met draaiende motor staat het busje voor de deur. “Ik heb alleen voor buiten bij me. Voor binnen, komt morgen. Maar de tegels moeten weg”. Dat klopt zeg ik. Met een licht geïrriteerde toon laat hij weten dat híj́ dat niet mag doen en dat hij een strakke planning heeft en alleen de drempelhulp komt afleveren.
Vandaar de draaiende motor, denk ik nog.

Hij staart enigszins in paniek naar de tegeltjes. Die moeten opzij gelegd worden. “Verwacht je nou van mij dat ík dat ga doen?” vraag ik hem vriendelijk.
“Ja, ik mag dat niet”, waarna hij de onsterfelijke zin uitspreekt: “dan moet je maar iemand bellen.”

Ik doe moeite om niet proestend in de lach te schieten. Ik laat me op m’n knieën vallen, strek mijn arm en leg een tegeltje opzij. En nog een. Mopperend volgt hij mijn voorbeeld, maar dan wel in een hoog tempo. Binnen 8 seconden is het pad vrij. Hij banjert naar de bus met draaiende motor en haalt er een kant en klare oprijplaat uit. In een splitsecond weet ik al dat dit niet gaat passen. “Het was toch een bouwpakket?“
“-Ja maar die hebben ze binnen op de zaak al in elkaar gezet”.

Hij legt ‘m neer. Nee, past niet, sluit niet aan op de drempel. Een overbrugging (lees:gat) van 6 cm ontbreekt. Hij probeert het doodleuk met de opmerking “ow maar je wieltjes zijn groter dus daar kun je wel overheen”. Leuk geprobeerd vriend. Kennelijk nooit zelf in een rolstoel gereden?

Tsja. Daar gaat zijn planning. En heus niet door de tegels, maar door een domme werkwijze. Hij haalt een schroevendraaier en begint het onderste laagje van het klikklikbouwpakket los te wrikken. De laagjes zijn onderling verankerd met dikke kunststof pluggen. En iedereen die wel eens een strakke plug uit een muur heeft willen trekken, snapt dat je dat niet vanaf de onderkant met goed fatsoen kunt doen. Maar hij houdt vol, en de gebroken stukjes kunststof vliegen in het rond. Hij past het nogmaals en concludeert. “Nee, nu gaat hij teveel doorbuigen”.

En het sluit nog steeds niet aan op de drempel. Hij denkt. En denkt. Ik ook. Hardop. “Daarom is het toch een bouwpakket, zodat je het ter plekke op maat als Lego in mekaar kunt klikken?” Dacht ik nou hardop? Oei.

Na met z’n schroevendraaier wat krasjes op de zijkant te hebben gemaakt als zijnde de nieuwe maatvoering (“ik heb wel een stift voor u als u dat fijn vind” -nee hoor zo gaat het ook), gaat de hele drempelhulp weer terug in de bus met draaiende motor. “Wanneer komt u terug?”. Nou, morgen, of overmorgen. Of donderdag. En weg is-ie.

En ik kijk naar mijn stoepje en drempel, waarvan het hoogteverschil nu 4 cm groter is geworden……

Donderdag. Ding Dong.
Daar is dezelfde monteur weer. Hij legt de oprijhulp voor mijn deur. “Beter kan ik het niet maken” zegt hij. Het hoogste punt is nu lager dan de vorige keer, maar hoger dan de dorpel, en lager dan het te behalen deurprofiel. Nog steeds niet de juiste overbrugging dus.

Ik heb een hele slechte dag. En weinig puf om tegen meneer in te gaan. “Waar is het eigenlijk voor”, vraagt hij. “Voor de rolstoel met Smoov”, leg ik hem voor de derde keer uit.

Hij pakt de tweede drempelhulp die bínnen tegen de voordeurdrempel hoort. Sluit mooi aan. Maar als ik demonstreer dat nu de voordeur niet meer dicht kan, zwijgt hij eerst. “Het kan niet anders, je kunt het beste de tocht strip van de deur af halen….. Zo kun je er toch prima overheen. Waar staat de rolstoel dan?”

Ik voel de bui al hangen, namelijk dat ik proefrondjes ga rijden om aan te tonen dat hij prima werk heeft afgeleverd. Ik vind van niet. Maar ik ben te slecht om deze inspanning te gaan doen. En dat geef ik dan ook aan: “Ik krijg het nu niet voor elkaar, ik ben te slecht.”
Hij wordt meer geïrriteerd en zegt: “Ik ben ook wel eens te moe of te slecht. Maar ik moet toch werken”. Deze opmerking schiet in mijn verkeerde keelgat. Ik kijk hem goed aan en vraag of hij wel eens in een rolstoel heeft gezeten. Nee, maar hij heeft wel een hart-operatie ondergaan…. Ik ben verbluft. Werkelijk? Hij wil zijn fysieke gesteldheid gaan vergelijken met de mijne om, wat, aan te tonen dat ik me aanstel? Wil hij op dié toer gaan?
Ik wijs naar buiten en zeg hem dat ik deze discussie nu niet ga voeren, dat ik de drempel zo spoedig mogelijk zal uittesten en nog van me laat horen. Ajuu paraplu meneer. Het is maar goed dat Dirk er niet bij was, die had hem 1 goede reden gegeven om ook eens een tijdje in een rolstoel te zitten.