Blog #26 Kusje Zusje

Mijn eerste ontmoeting met Wenda was toen ik over de rand keek van een witte houten baby­ledikant. Mijn vader had mij ‘s morgens zachtjes wakker gemaakt om te gaan kijken naar mijn zusje. Hand in hand liepen we de trap op naar de nieuw ingerichte kamer op de bovenste verdieping. Die kamer was eerst de speelkamer van mij en mijn broer maar daar leek het vanaf die ochtend helemáál niet meer op.

 

Daar stond ik, in mijn (ik denk rode) badstof pyjama, slaaphaar, en op mijn tenen, met mijn handen geklemd aan de rand van het babybedje. Ik was zelf 5 en ik keek naar een slapende pasgeboren baby, die vanaf toen mijn zusje was. En ondanks dat ze geen baby meer is, noemen we haar nog steeds heel vaak ‘kleine’. Een koosnaam, ook als we het binnen de familie over haar hebben, hebben we het vaak over ‘de kleine’.  

Terwijl ik naar de lagere school ging, groeide ‘de kleine’ op. Eerst mocht ik helpen met de drinkfles. Dan werd ik op de bank gezet, kussen onder mijn arm en ‘de kleine’ aan de fles. Of mijn moeder helpen met aankleden; haar vasthouden als ze probeerde te zitten en aan de hand nemen bij de eerste stapjes. Ik heb heel wat met haar gespeeld. Niet alleen met de Playmobil (Wenda had er kratten vol van, die ze steevast ‘buigemannetjes’ noemde – dus wij ook) maar ook heb ik haar – ze vond het leuk – wat leren lezen en schrijven nog voordat ze naar de kleuterschool ging. 

We speelden ook buiten. Op één zo’n buitenspeelmoment had ik bedacht dat ik Wenda haar step met een touw zou vastmaken aan mijn eigen step zodat ik haar kon voorttrekken. Dan konden we verder komen. Dat was het idee. Echter toen ik fanatiek begon te steppen, en het touw zich 2 meter achter mij strak-spande stond ik met een ruk stil. Met een hoop gekletter achter mij was Wenda volledig met haar step over de kop geslagen en lag met een bloedend hoofd, knie en arm op het asfalt. Dát was brullen natuurlijk. Mijn moeder – waar die ineens vandaan kwam, ik weet het nog steeds niet – heeft haar van de grond geraapt en mij een forse draai om mijn oren gegeven. Hoe ik $%^&(@ op het idee kwam….

Ik heb Wenda heel wat keren meegenomen naar de speeltuin in het dorp, naar de markt voor een boodschap, en zijn we vaak samen naar school gelopen.

Gelopen…

Bij mijn bezoek aan Wenda vorige week zijn we samen ‘even’ naar de binnenstad ‘gelopen’. Althans, ik liep en duwde de van de zorgverzekering geleende rolstoel, dat rammelding. Wenda is niet in staat om stukken te lopen; en zelf ben ik aan het revalideren van mijn gebroken enkel: dus het ‘rollator’-effect van de rolstoel die ik voortduwde was voor mij een prettige bijkomstigheid. En gelukkig voor Wenda en onze moeder was ik fysiek niet in staat om hier vindingrijke ideeën op los te laten, zoals de rolstoel met een stevig touw achter de fiets binden….

Dit keer dus gewoon duwen en met het openbaar vervoer. De bus in en in de stad eruit. In verband met de drukte toch maar – snel – zelf de bus uitgelopen en de rolstoel uit de bus getild. Vervolgens geduldig wachten tot alle uitstappende en instappende drukte bij de bushalte was verdwenen er voldoende ruimte was om tussen geparkeerde fietsen en scooters en de smalle loopstrook naast de hoge bustrottoirband manoeuvrerend ons een weg te banen naar de binnenstad.

Zelf heb ik  – met mijn enkel in het gips en voortstrompelend op krukken – recent actief ervaren hoe we zó niet stilstaan bij ons eigen handelen. Scheve stoepen, koeriersbusjes die de stoep volledig blokkeren, fietsen en brommers én (ja ja) scootmobiels staan lukraak zonder enige structuur op de stoep en voor winkels en bij voorkeur pontificaal voor de uitstap-plek van de bushalte. Om nog maar niet te spreken over de super linke kuilen, en brede waterplassen, hele pleinen met mooie ‘kinderkopjes’; die geven je ook de nodige work-outs. Als je straks naar buiten loopt, kijk maar ‘ns om je heen….

In een rolstoel zijn deze aspecten vergelijkbaar met een ‘wipe-out’-parcours. En dan is Breda nog goed bezig: de gemeente Breda won eind vorig jaar de Access City Award, de Europese prijs voor de stad die de meeste aandacht heeft voor een toegankelijke samenleving…

Wij hebben een kort bezoek gebracht aan de binnenstad, even lunchen en via enkele winkelstraten en – schuilend voor een regenbui – een rondje gelopen (of is het gereden?) door de Grote Kerk van Breda. Daar waar ik – staand – makkelijk de displays met historische informatie kon lezen, was hier vanuit de rolstoel geen letter van te lezen. De Grote Kerk is bezig met restauratiewerk, dus wellicht wordt dit meegenomen in het verbeterplan.

Tijdens de lunch en de wandeling door de winkelstraat genoot Wenda volop.  Ze was er even uit. Tijdens de wandeling door de winkelstraat, met de rolstoel met de kleine voor me uitduwend, wat je overigens niet mag verwarren met ‘gezellig’ kletsend face-to-face en arm in arm door de winkelstraat, vertelde ze dat het precies een jaar geleden was, dat ze met onze  moeder was wezen ‘kleding-shoppen’, voordat ze aan haar nieuwe baan zou beginnen. Helaas weten we inmiddels allemaal dat haar leven drastisch op z’n kop staat. De nieuwe “werk”broek van vorig jaar hangt nog steeds nieuw in de kast…

We hebben twee dappere pogingen gedaan een winkel te bezoeken maar door de drukte en de smalle gangpaden en hoogte verschillen, haakten we snel af. Duwen van een niet zo’n wendbare rolstoel is zwaar voor allebei.

Na de terugrit met de bus en thuis aangekomen, was de pijp bij Wenda helemaal leeg. En terwijl ik mijn – toch beetje gezwollen enkel – lichtjes losdraaide, viel Wenda, vrijwel direct op de bank in slaap. Zachtjes heb ik een dekentje over haar benen getrokken en heb even zitten kijken. In de stilte hoorde ik ineens de stem van mijn vader tegen mij zeggen: “Ell… wakker worden… Kom boven kijken naar je zusje”.

Ellen

PS

Later hoorde ik dat het haar drie dagen heeft gekost om ‘bij te komen’ van deze trip. Mijn enkel was na een twee uur kalmpjes aan, weer back in business.